De School Centraal?

Het programma voor De Onderwijsdagen riep bij mij de vraag op bij welke sprekers en sessies de klassieke school nog steeds het leidende model vormt voor het onderwijs van de 21e eeuw. Laat ik dat toelichten met een voorbeeld. Het smartboard was een innovatie die heel goed aansluit bij de bekende lesvorm van docentgestuurd onderwijs. Het is een vervanging van het oude schoolbord. Het is dus ook een redding van de oude manier van lesgeven. Misschien is het zelfs een rem op verdergaande innovaties in het primaire proces. Daarentegen is bijvoorbeeld Flipping the Classroom een innovatie die veel meer invloed heeft op de manier van lesgeven, terwijl ze van de school minder technische aanpassingen vraagt.

Bij elke nieuwe technologie of nieuwe dienst die op een conferentie als De Onderwijsdagen aan het veld wordt aanbevolen, kan je letten op de richting van de innovatie. Past de nieuwe technologie zich aan aan de behoeften van de school of moet de school zich aanpassen aan de vereisten van de technologie? Elke technologie of dienst functioneert onder bepaalde randvoorwaarden, waaraan voldaan moet worden om de techniek zonder fouten te laten werken of om de dienstverlening efficiënt te laten plaatsvinden. Zo werkte de beamer bij het smartboard vaak alleen goed als het donker genoeg was in de klas, waardoor na de aankoop van smartboards op veel scholen ’s zomers de luxaflex dicht moesten.

Als de school centraal staat moeten alle leveranciers van leermiddelen en diensten, maar ook alle leerlingen en docenten zich in de eerste plaats aanpassen aan de voorwaarden van de school als instelling. De docenten verliezen een deel van hun autonomie en de leerlingen moeten zich aanpassen aan het tempo van de groep. Uitgeverijen kunnen goede zaken doen als zij de leerstof kunnen verdelen over groepslessen van circa 45 minuten.

Kan het anders? Wat zijn dan de alternatieven? Tijdens de invoering van de tweede fase werd het idee populair dat De Leerling Centraal hoorde te staan. Dat betekende meer keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid voor de leerlingen. Maar die konden dat niet altijd aan, waardoor er weer een tegenpleidooi ontstond voor docentgestuurd onderwijs. Onder meer van de vereniging BON. Toch wordt de stem van de leerling nog veel te weinig gehoord en benut bij het vormgeven aan vernieuwingen. De duidelijkste manier om de leerling centraal te stellen is de circa €5.500 die een leerling in het VO meestal kost niet door DUO aan de school over te laten maken, maar rechtstreeks aan (de ouders of vertegenwoordigers van) de leerling zelf. Zo niet in geld, dan in de vorm van een OV-chipknip met een tegoed van 1000 uur leerrecht per jaar, te ontvangen van een docent op een school naar keuze. Bij de invoering van de lumpsum in het funderend onderwijs werden de vaste subsidies voor de onderwijsbegeleidingsdiensten overgeheveld naar de scholen. Die mochten daarna zelf kiezen hoe zij hun middelen het beste konden besteden. Dat leidde tot grote reorganisaties bij de onderwijsbegeleidingsdiensten. Ik ben benieuwd wat er zou gebeuren als we de lumpsum naar de leerling zouden overhevelen.

Kan het anders? Volgens deskundigen is goed onderwijs in de eerste plaats afhankelijk van de kwaliteit van de docent en moet daarom De Docent Centraal staan. Dat lijkt me wel een juiste uitspraak, alleen is de vraag wat de docent precies doet? De docent is eigenlijk een bundel van verantwoordelijkheden, zoals getwijnd koperdraad of een UTP-kabel. Als we de docent zouden ontbundelen kan blijken hoeveel verschillende kwaliteiten hij heeft, of zou moeten hebben om op alle terreinen een goede docent te zijn. De volgende beschrijving uit het Trendrapport Open Education van Surf 2014 geeft een aardig overzicht van alle losse draadjes in de bundel:

“Een gangbare verschijningsvorm van de ontbundeling van onderwijs is dat onderdelen van het onderwijsproces niet door één maar door verschillende aanbieders worden verzorgd, of dat onderdelen worden uitbesteed aan gespecialiseerde organisaties. Hierbij kun je denken aan hulp bij studiekeuze, studieadvies en -begeleiding, contentontwikkeling en content curation, examentraining, toetsafname en proctoring, het aanbieden van platforms voor MOOC’s, learning analytics diensten, etc. Dat geeft de student nieuwe mogelijkheden.” (p.7)

Kan het anders? De ontwikkeling van MOOCs stelt niet alleen de vanzelfsprekendheid van universiteiten en hogescholen ter discussie, maar zaait ook twijfel over de organisatie van het primair en voortgezet onderwijs. In plaats van de school, de leerling of de docent zou ook De Leerstof of De Uitgever of De Onderzoeker Centraal kunnen staan. Een voorbeeld waarbij de leerstof centraal staat is de talenapp Duolingo. Duolingo.com past zich niet aan aan de school, noch aan de docent; enkel aan de student, eigenlijk alleen met als doel zoveel mogelijk studenten verslaafd te maken aan talenstudie, om ondertussen hun talentalenten af te tappen voor commerciële doeleinden. Voorbeelden waarbij de onderzoeker centraal staat zijn de programma’s Taalzee en Rekentuin.

Over Ton van der Valk

Filosoof, onderwijsdeskundige en game designer. Sinds zijn studie Informatica en Filosofie is Ton geïnteresseerd in de verandering van het onderwijs onder invloed van ICT. Duolingo.com heeft zijn opvattingen over het onderwijs voor de 21e eeuw veranderd. Naast het doen van onderzoek voor het voortgezet onderwijs speelt, ontwerpt en verkoopt hij hexagonale connection games.
Dit bericht werd geplaatst in 2014. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s