Open en flexibel onderwijs #owd12

Het netwerk open hogeschool informatica (NOH-I) wil evolueren van blended learning naar open en flexibel onderwijs. José Eggink deelde haar ervaringen met dit initiatief tijdens workshop drie van de Onderwijsdagen.

De NOH-I is opgestart door vier hogescholen en de Open Universiteit, en is gericht op een nieuwe informatica-opleiding voor professionals. Deelnemers schrijven per thema in, en worden ook per thema gecertificeerd. Thema’s zijn informatiesystemen, webapplicaties of IT Servicemanagement. Een thema beslaat 20 weken. Het onderwijs wordt nog steeds ontwikkeld, maar is ook al in uitvoering.

De NOH-I heeft de nodige hobbels gekend, bijvoorbeeld op het gebied van accreditatie en verzet van commerciële aanbieders (die bang zijn/waren voor oneigenlijke concurrentie).

De NOH-I richt zich op werkende ICT-ers op MBO-niveau die deeltijd onderwijs willen volgen, en die ook met elkaar willen samenwerken. Er is gekozen voor een model van blended learning, waarbinnen ook virtuele colleges worden verzorgd (één maal in de twee weken) en waarbij men één keer in de twee weken bij elkaar komt. Verder verzilvert men ook elders verworven bekwaamheden, en leren deelnemers a synchroon in een elektronische leeromgeving.

Uit de evaluatie bleek dat docenten het model voor blended learning te strak vonden. Lessen zijn gezamenlijk ontwikkeld in op vier locaties uitgevoerd. Er was bijvoorbeeld een groep die liever face to face leerde dan online. Docenten vonden het ook complex om een course te ontwikkelen, en om materiaal in een ELO te vinden. Verder viel op dat de ELO eigenlijk alleen als distributieomgeving werd gebruikt. Ondanks dat docenten geprofessionaliseerd zijn op het gebied van digitale didactiek. De docenten grepen toch naar het boek, en maakten bijvoorbeeld nauwelijks gebruik van open leermaterialen. Ik vraag me hierbij af of docenten zich wel voldoende eigenaar voelen van de opleiding.

Men heeft daarop besloten de modulen wat minder strak in te richten, en docenten meer ruimte te geven. Er is wel een heldere structuur in de ELO aangeboden, en professionalisering meer blended vorm gegeven.

Een andere actie is het gebruik van een competentieprofiel op basis van performance indicatoren. Via een intaketoets wordt het beginniveau van een student vastgesteld. Via een AVC-scan kan gekeken worden op de student vrijstellingen kan krijgen. Er is echter weinig belangstelling om deze scan te doen. Studenten vinden het lastig om (tijdig) bewijzen te verzamelen. Bewijsmateriaal kan ook vertrouwelijk van aard kunnen zijn.

In het kader van dit traject is ook geïnvesteerd in de ontwikkeling van open educational resources, binnen wikiwijs. Docenten kijken echter vaak niet om zich heen, maar gebruiken materiaal dat zij al traditioneel gebruiken. Gedragsverandering is lastiger dan je denkt, stelde de spreekster. Mede daarom heeft men een online cursus gemaakt om vertrouwd te raken met de NOH-I.

Aanvankelijk had men op het gebied van docentprofessionalisering een blended learning cursus met een doorlooptijd van zes weken ontwikkeld. Dat bleek niet uitvoerbaar, mede door werkdruk in relatie tot het feit dat de NOH-I een relatief kleine klus is. In plaats daarvan is een centrale trainingsdag georganiseerd. Dat bleek weer onvoldoende om voldoende toegerust te raken. Vooral het op een effectieve en interactieve manier verzorgen van een virtual classroom is een behoorlijke uitdaging. Er zal dus meer geïnvesteerd moeten worden in digitale didactiek, in communityvorming en in de productie en het gebruik van OER. Ook zou dus het gevoel van eigenaarschap bij docenten versterkt worden.

Volgens José wordt onderschat hoe complex de leercurve en de noodzakelijke cultuurverandering is. De uitval is ook laag.

Hoe open moet je zijn? Het einddoel ligt vast, maar het leertraject kan verder geflexibilideerd worden. Op dit moment is dat nog niet het geval. Het individu zou ook meer centraal moeten staan, en er zou meer keuzemogelijkheid moeten worden geboden wat betreft leermaterialen. Ook wil men bijvoorbeeld bestaande content van MOOC’s gaan inpassen, en meer gebruik maken van elders ontwikkelde bekwaamheden. Dat maakt dit aanbod meer flexibel en open.

Over wrubens

Wilfred Rubens houdt zich sinds eind 1995 bezig met ICT en leren. Hij heeft gewerkt binnen het middelbaar beroepsonderwijs, bedrijfsleven, de zorgsector en hoger onderwijs. Op dit moment is hij als projectleider OpenU en e-learning adviseur werkzaam bij het Centre for Learning Sciences and Technologies (CELSTEC) van de Open Universiteit. Wilfred is redactielid van e-learning.nl en jurylid van de Nederlandse e-learning award. Hij onderhoudt een weblog over technology enhanced learning (http://www.wilfredrubens.com). Wilfred Rubens treedt regelmatig op als dagvoorzitter, spreker, workshopbegeleider en gastdocent over e-learning. Hij heeft een groot aantal publicaties over e-learning op zijn naam staan. Hij is lid van de adviesraad van het nationale e-learningcongres en van de advisoryboard van de Online Educa in Berlijn. wilfred@wilfredrubens.com http://www.wilfredrubens.com
Dit bericht werd geplaatst in 2012, Wilfred Rubens en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s